Verkeerd verbonden

De telefoon gaat; een mij onbekend nummer.
Ik neem keurig op met mijn volledige naam en een vriendelijke mannenstem aan de andere kant van de lijn antwoordt, dat hij op zoek is naar iemand anders. Verkeerd verbonden. De man biedt zijn excuses aan. Ik ook, want het nummer dat hij heeft is echt dat van mij, dus degene die hij zoekt is telefonisch nu niet voor hem te bereiken.
Ik hoor dat de aardige man praat met een accent, dat zuiver Westers is. Voordat we willen ophangen, zegt hij: “Volgens mij bel ik nu met het oosten des lands of niet?” Ik schiet in de lach en grinnik, dat dit inderdaad klopt. Hij vertelt me, dat hij vorige week nog in de buurt was voor een conferentie. Het oord is zo’n ruime honderd kilometer bij mij vandaan, maar dat mag de pret niet drukken.
Ook was hij pas nog in het ziekenhuis in Enschede. “Oh, het nieuwe MST?”, vraag ik meteen nieuwsgierig en de man antwoordt bevestigend. Ik vraag hem of hij ook zo’n takkeneind moest lopen. Mijn ouders moesten vorige week namelijk een abnormale wandeling maken vanuit de parkeergarage voor een ziekenhuisafspraak. Mijn vader heeft er nu nog spierpijn van, maar dat terzijde. De vriendelijke mijnheer beaamt, dat ook hij een enorm eind moest lopen, maar door de uitstekende bewegwijzering meteen bij de juiste afdeling terechtkwam. Dat dan weer wel. Terloops vertelt hij, dat hij er zijn ‘pleegdochter’ opzocht die een levensbedreigende spierziekte heeft. Ze verlangde naar de dood en had haar ‘pleegvader’ gevraagd of hij dat kon begrijpen. Dat kon hij, zegt hij tegen mij aan de telefoon. Hij heeft zelf een chronische ziekte, maar daar zou hij niet aan sterven – Parkinson – hoewel hij door deze ziekte bepaalde dingen niet meer kan doen. Dingen, die hij nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend vond te kunnen doen. Zijn werk bijvoorbeeld.

Ik realiseer me, dat deze man absoluut niet zielig is of medelijden bij me oproept. Hij lijkt me juist een sterke persoonlijkheid; het zijn feiten die hij noemt. Het is zoals het is. Punt. Hij genoot van het leven, had een paar jaar terug de Vierdaagse nog gelopen. Dat kon hij nu niet meer, maar hij had het wel gedáán! Hij dacht na over zijn leven, maar ook over de dood. Die hoorde erbij, hij was er ook niet bang voor.
Hij vraagt aan mij hoe ík hierover denk en ik vertel hem, dat de dood een bijzondere plek heeft in mijn leven. Dat ik het léven juist soms moeilijk vind en ook naar de dood kan verlangen; niet omdat ik ziek ben, maar omdat ik op mijn 22e een bijzondere ervaring heb gehad, waardoor ik zeker ben van een leven hierna; een leven, dat zoveel mooier is dan het leven op deze planeet.
Bizar, dat ik mezelf dit hardop tegen een wildvreemde aan de telefoon hoor vertellen! En mijn toehoorder beaamt het; begrijpt waar ik het over heb, maar benadrukt wel dat het leven is om geleefd te worden.

We bedanken elkaar voor het spontane gesprek. Het schiet door mijn hoofd dat de man niet ‘verkeerd verbonden’ is. Wij moesten elkaar even spreken…