Blogs

Bakkie troost

De ringtone van mijn mobiel verscheurt de stilte van de nacht.Ik neem op met mijn volledige naam en ik hoor een zachte stem aan de andere kant van de lijn: “Mijn man is zojuist overleden; wil je me asjeblieft helpen?”Ik ben een kort moment van mijn stuk. Het is de eerste keer dat ik ‘s nachts word gebeld met een melding van overlijden. Het verdriet in de stem van de vrouw raakt me; ze kent mij niet, maar vraagt me om hulp na het overlijden van haar geliefde.Na een kort gesprek fris ik me snel op, schiet mijn zakelijke kleding aan, pleeg een kort telefoontje met de overledenenverzorger, pak mijn tas en loop naar mijn auto. Het is bijna kwart over 2; de temperatuur is aangenaam buiten na een warme dag.
De lantaarns verlichten mijn weg, geven niet genoeg licht om huisnummers te kunnen lezen, maar in de donkere straat is er slechts één huis waar licht brandt. Ik parkeer er mijn auto en loop naar de overkant. Daar word ik opgewacht door de dochter en een nicht van de overleden mijnheer. Ze lijken opgelucht dat ik er ben. Ik schud hen de hand, condoleer hen met hun verlies en ze gaan me voor naar binnen. In de woonkamer staat een ziekenhuisbed waarin de overledene de laatste twee weken heeft doorgebracht na de boodschap dat de artsen niets meer voor hem konden doen.
De echtgenote komt naar me toe en stelt zich voor. Een vriendelijke, nog te jonge Indische dame met kleine handen die zo zacht zijn als haar stem. Haar gezicht is getekend door verdriet, maar ze is dankbaar dat haar man een nog langer lijden bespaard is gebleven.
We gaan in de voorkamer zitten en wachten op haar broers en zussen. Dat zijn er veel en ze komen met aanhang. Ik schud nog meer handen, ik word door enkelen welkom geheten en het voelt even alsof ik deel uit maak van deze grote Indische familie. Ik voel het verdriet om het grote verlies, maar ook de liefde die deze mensen voor elkaar hebben.
“Ja, graag”, antwoord ik op de vraag of ik zin heb in een kop thee. Niet lang daarna zitten we in een grote kring bij elkaar. Ik heb de belangrijkste zaken inmiddels vernomen en in gang gezet; de rest kan wachten tot de volgende dag. Als mijn collega’s van de verzorging binnenkomen en hun liefdevolle werk doen, drink ik mijn thee. Ik voel hoe de warme vloeistof aangenaam door mijn slokdarm loopt en mijn binnenste verwarmt. Ik realiseer me, dat ik me hierdoor getroost voel. Ik hoop, dat deze lieve mensen het net zo mogen ervaren. Onderwijl er gehuild wordt, omhelsd wordt, gedag gezegd wordt, bedenk ik dat een “bakkie troost” niet per se koffie hoeft te zijn. Die kop thee is op dat moment een bakkie troost.
Deze maand is het een jaar geleden dat deze geliefde echtgenoot, vader, broer, zwager, oom en vriend overleed, maar ik herinner me nu nog steeds het gevoel bij en de smaak van die kop thee. Van dat bakkie troost middenin de nacht...

Liefde en regenbogen

 

 

 

 

 

 

Ruim een jaar geleden schreef ik mijn laatste blog, zie ik net.
Ben ik gestopt met schrijven? Integendeel! Vorig jaar om deze tijd was ik druk met het afronden van het schrijven van mijn theatervoorstelling ‘Het Laatste Woord – over sterven, de dood en daarna’. Toen volgden het regelen van theaters waar ik kon spelen en de repetities.

Verdrietig, maar ook bijzonder, was dat naast mijn voorstelling over dit beladen onderwerp mijn vader ernstig ziek was en stervende. Op de dag van de première werd hij opgenomen in het plaatselijk hospice. Ik had hem aan het begin van de week gevraagd of ik de boel moest afblazen, maar daar wilde hij niet van horen! “Er hebben mensen een kaartje voor je gekocht, die moet je niet teleurstellen”, antwoordde mijn vader. Er bestaat zoiets als ‘the show must go on’, maar daar zitten toch grenzen aan. Dus ik zei tegen papa, dat hij veel belangrijker was dan mijn voorstelling! Hij glimlachte en drukte me nogmaals op het hart dat ik ermee moest doorgaan.

Ik stond uitgebreid in de krant; ik kwam zelfs op de radio en regionale televisie met mijn verhaal. Papa was altijd een fervent TV-kijker en verslond dagelijks de Twentsche Courant Tubantia. Hij heeft die week zo’n vijf keer een poging gedaan om het artikel over mijn voorstelling te lezen, maar heeft wellicht alleen de foto’s gezien. En hij sliep toen ik op de beeldbuis was. Later die avond nam ik afscheid van hem, omdat hij vond dat ik op tijd naar bed moest om uitgerust te zijn voor de volgende dag. Hij fluisterde zacht, dat ik hem en de situatie maar even moest parkeren en dat ik moest genieten van mijn optreden. Een week later is hij overleden.

Ik merk, dat ik met nog meer passie en gevoel mijn werk als uitvaartbegeleider kan doen, omdat ik aan den lijve heb ondervonden om iemand die me zo dierbaar is voor altijd te moeten loslaten. Ik voel, dat ik nog intenser meeleef met de bruidsparen die elkaar het jawoord geven en hoe gelukkig het me maakt dat ik hun liefde wettelijk mag bezegelen. Ik merk ook, dat ik steeds minder het gevoel heb mezelf te moeten verdedigen, omdat het me steeds minder interesseert wat anderen van me vinden. Omdat ik in de afgelopen maanden heel vaak heb mogen voelen waar het in het leven werkelijk om gaat: de liefde! Elk mens heeft zijn eigen talent, zijn eigen licht dat hij mag laten schijnen in de wereld. Veroordeel elkaar niet op dat licht; misschien heeft het niet jouw kleur, maar samen vormen we regenbogen en creëren we zonnestralen die zo hard nodig zijn! 

Thuis

De kamer zal vol mensen: kinderen en een kleinzoon, familieleden, vrienden en buren. Ik begroette het bruidspaar, met wie ik vorige week even kort had kennisgemaakt. Ze wilden geen toespraak, maar mij toch even zien van tevoren. En het zou mooi zijn, als het ‘in het plat’ kon. Ik kan Twents goed verstaan en het ook redelijk spreken, dus dat zou wel goed komen.
Na de handen te hebben geschud van alle aanwezigen gingen we naar buiten. Daar was een prieel gemaakt met gordijnen, een tafeltje als spreekgestoelte en waaraan de akte kon worden getekend, een mooie stoel voor de ‘Mrs’ en ruimte ernaast voor de rolstoel van de bruidegom. Hij is ziek en wordt niet meer beter.
De twee mensen die tegenover me zitten kijken me stralend en verwachtingsvol aan. De ceremonie is kort, maar liefdevol. De gedichtjes, waarmee ik begin en eindig zijn nuchter, maar toch ontroerend en met een vleugje humor, zoals de Twentse taal kan zijn.
Na een applaus voor het bruidspaar en een spontaan lied van de aanwezigen neem ik afscheid en word door één van de zonen naar de voordeur gebracht. Zijn zoontje loopt mee. Hij is schattig en een beetje verlegen, maar had me toch een handje durven geven. Ik wens hen nog een fijne dag en zwaai nog een keer als ik het paadje afloop. Het jongetje roept me na: ‘Waar is jouw huis?’ Ik zeg dat ik in Oldenzaal woon en daarom met de auto naar huis ga. Hij gaat een stukje taart eten…
In de auto laat ik alles de revue passeren. Het licht nerveuze gevoel dat ik had was als sneeuw voor de lentezon verdwenen toen ik eenmaal binnen was en zo hartelijk werd verwelkomd. De ceremonie was plezierig en hoe mooi, dat deze kon plaatsvinden in de tuin van hun eigen huis. Twee mensen zijn in de echt verbonden die dol op elkaar zijn, die hebben gekozen voor elkaar en dat terwijl ze niet weten hoeveel tijd ze nog samen hebben. Ze zijn thuis bij elkaar.
Het jongetje vroeg niet waar ik woonde, maar waar mijn huis was. De kleine, maar fijne woning staat in Oldenzaal, maar ‘home is where the heart is’. Thuis is zijn bij de mensen die ik liefheb en die in mijn hart wonen…

 

Stilte

Stilte… af en toe kan het zo heerlijk zijn om even geen geluiden te horen, complete stilte te ervaren.

Het is zelden zo, in dit leven, dat het helemaal stil is. Dat er niks piept, niks zoemt, niks ruist. Als ik naar buiten kijk en de witte wereld zie met daarboven de grijze, dichte lucht dan hoort daar in mijn beleving stilte bij. Of alleen het gekraak van de sneeuw onder je schoenen.

Vanmiddag op het crematorium had de familie een presentatie van een aantal foto’s van de overledene: een babyfoto, portretten, familiekiekjes; diverse beelden uit haar leven die een indruk gaven van de mens die zij is geweest. Om de volledige aandacht erop te vestigen wilde men daar geen muziek bij. De melodie of de tekst van de muziek zouden kunnen afleiden.

Het was stil in de aula; zó stil, dat je zelfs op de vloerbedekking een speld had kunnen horen vallen. Ik merkte aan mezelf, dat ik de stilte oorverdovend vond op dat moment. Ik had liever ondertussen een strijkje gehoord, als gezang te afleidend zou zijn, dan deze stilte. Een stilte waarin niemand durfde te kuchen, zijn keel schrapen of huilen. Snotteren zou dan helemaal uit den boze zijn, bedacht ik me. Dus ik zat strak op mijn stoel, me te concentreren op de foto’s.

Het jongetje van 6, het enige aanwezige kind, begon ineens hoorbaar te snikken. Dit kind had nog geen last van gêne; er was geen stemmetje in zijn hoofd dat zei, dat ie zijn tranen maar even moest inslikken omdat hoorbaar huilen ongepast zou zijn. Hoe vreselijk zijn die aanslagen overal in de wereld, maar hoe mooi is het dat mensen hun verdriet niet binnenhouden maar het uitschreeuwen, jammeren om hun gewonde of verloren dierbaren. Een stuk gezonder voor je lijf, lijkt me ook. Verdriet opkroppen is niet goed. Die tranen lekker laten lopen lucht op. Maar als mensen dit doen, voelen we ons daar ongemakkelijk bij. We zijn het niet gewend, we zouden het zelf nooit doen, we generen ons voor die emoties; van anderen, maar ook van onszelf.

Stil zijn is ook moeilijk, want dan worden we geconfronteerd met deze emoties of opgekropte gevoelens of we denken dan aan mensen of situaties waar we niet aan wíllen denken. Dus gaan we dingen doen in plaats van stilzitten of zetten muziek op; liefst hard om de geluiden van hoofd en hart niet te hoeven horen. Terwijl er zoveel spreuken zijn als “In de stilte liggen de antwoorden” of “Luister naar je hart, want dat klopt”, etc. Nou, als ik weer een poging doe te mediteren en ik hoor mijn hart, dan maak ik me zorgen of ik wel gezond ben. Dan hoor ik het bonzen, dan voel ik het bloed – nee, hóór ik het bloed - door mijn aderen stromen. Doodeng! Dus dan maar even een muziekje op. Met zachte harpklanken, die me naar de stilte begeleiden. Stilte met harpmuziek.

Als ik nú mijn ogen sluit, dan hoor ik het zachte gezoem van mijn laptop, het water dat opwarmt in de radiatoren, een deur dichtslaan bij de buren en mijn eigen uitademing door mijn neus die al een week verstopt zit. Ik word wel kalmer van binnen, ik ontspan en laat de gedachte los dat ik niet heb kunnen wandelen in de sneeuw vandaag. Even doemen voor mijn geestesoog beelden op van blauwe zwaailichten, van een politiebusje dat dwars over de weg staat en politiemensen die met armbewegingen het verkeer leiden, van een aantal auto’s dat gehavend, gedeukt en beschadigd in de berm en tegen de vangrail staat. Ik voel mijn hart iets sneller kloppen, adem nog eens diep in en uit en word weer kalmer van binnen. Ik voel me dankbaar en tevreden over vandaag en ben blij, dat ik veilig heb kunnen rijden en heelhuids thuis ben gekomen. Ik ben even stil….

 

17 december 2016

Vandaag precies 7 jaar geleden verhuisde ik. Voor de zoveelste keer en ook voor de zoveelste keer niet omdat ik dat wilde, maar door omstandigheden.

Op 17 december 2009 zette mijn ex-vriend de laatste spullen in de woonkamer van mijn nieuwe appartement en nam afscheid met de woorden, “dat hij moest gaan, omdat de kinderen zo uit school kwamen”. Ik hoorde de voordeur dichtslaan en stond enigszins verbijsterd om me heen te kijken naar meubelen die een nieuwe plek moesten krijgen, muren die nog heel wit en kaal waren, ramen waar nog gordijnen vóór moesten komen te hangen en dozen… vooral veel dozen. Ik besloot eerst maar eens een kop koffie te zetten met het al gereedstaande apparaat op het verder nog lege aanrecht. Met een bakkie troost zat ik op de leren bank, die een lieve vriendin voor me had geregeld. Het begon zachtjes te sneeuwen en ik wist niet zeker of ik ervan moest genieten…

Nu – 7 jaar later – kijk ik terug op een periode, waarin ik veel afscheid heb moeten nemen:
van een man die loog en bedroog, dus dat was redelijk makkelijk; van zijn kinderen van wie ik zielsveel hield. Dat deed verrekte pijn… Van een vaste baan, die geen garanties bood en van een 0-uren contract dat veel uren opleverde, maar weinig salaris en geen vastigheid. Van een dierbare vriend die geen 50 mocht worden, van een oude vriendin die met haar 53 jaren veel te jong was, van een lieve vriendin wier hart het begaf door ouderdom, van een fijne tante die ik nog langer bij me had willen hebben en van een bevriende collega met wie ik jaren heb samengewerkt. Ook heb ik afscheid moeten nemen van het gevoel ooit moeder te worden. Dat was ook een pittige…

Ik heb een boel bijgeleerd; letterlijk en figuurlijk! Ik heb een opleiding van 3 jaar en diverse cursussen gevolgd in mediumschap en ben gediplomeerd uitvaartbegeleider. Ik ben in de afgelopen 7 jaar 3 keer opnieuw begonnen. Zeven jaren, waarin zoveel is gebeurd, nog zoveel meer dan ik kan beschrijven. Voorbij gevlogen, maar zo intens. Ik heb geleerd wie mijn vrienden zijn. Ik heb nieuwe vrienden gemaakt, maar heb in mijn vriendenkring ook heel oude, die overigens van mijn leeftijd zijn. We nemen elkaar zoals we zijn en genieten van alles wat we met elkaar beleven. Ik ben zoveel rijker geworden in de aflopen jaren en daar ben ik heel dankbaar voor. Op momenten dat het water tot aan mijn lippen stond, deden zich oplossingen voor die ik niet had kunnen bedenken. Mijn vertrouwen is gegroeid: in mijzelf, in mijn omgeving en in de ongeziene wereld. Ik sta stevig op de grond en in mijn nieuwe leven, dat pas is begonnen. Kom maar op met dat nieuwe jaar!!

Vier(en)

Vandaag is het maandag 4 juli. Vier. Afgelopen weekend had ik een boel te vieren…

Allereerst op vrijdagmiddag het 40-jarig huwelijk van een collega. Hij is al vier decennia gelukkig getrouwd! Zaterdagmiddag was de feestelijke diploma-uitreiking bij GaandeweG uitvaart Educatie, waar ik geschikt bevonden ben als Uitvaartbegeleider. Dit heb ik ’s avonds heerlijk gevierd met mijn lieve zus bij de Mexicaan. Het mocht daarbij gevierd worden, dat ik fijne familie heb, die me ondersteunt in de keuzes die ik in mijn leven maak en die blij is voor me als ik weer een belangrijke stap heb genomen in mijn leven. De zondag ben ik goed begonnen met een ‘Viering van het leven’ in De Zwanenhof; met muziek en zang, healing, inspirerende woorden en contacten met overleden dierbaren. Kortom, voeding voor de ziel. Daarna stond er weer een fijn gesprek op het programma met een lief en gezellig bruidspaar, dat a.s. vrijdag gaat trouwen.

De media staan bol van bloedige aanslagen in de wereld, van veranderingen in de natuur die rampzalige gevolgen hebben, van ziektes, van financiële en maatschappelijke problemen en politieke geschillen. Als ik me erdoor laat meeslepen, daalt mijn humeur naar het vriespunt, word ik boos en voel ik me machteloos. Als ik stilsta bij de – soms kleine – dingen in het leven die me gelukkig maken, voel ik me goed en dat heeft zijn uitwerking weer op mijn omgeving!

Er is elke dag wel iets te vieren. Vandaag gaat het weer iets beter met mijn vader… dát ga ik nu vieren. Ik heb nog ijsjes in de vriezer ;-)

 

Verkeerd verbonden

De telefoon gaat; een mij onbekend nummer.
Ik neem keurig op met mijn volledige naam en een vriendelijke mannenstem aan de andere kant van de lijn antwoordt, dat hij op zoek is naar iemand anders. Verkeerd verbonden. De man biedt zijn excuses aan. Ik ook, want het nummer dat hij heeft is echt dat van mij, dus degene die hij zoekt is telefonisch nu niet voor hem te bereiken.
Ik hoor dat de aardige man praat met een accent, dat zuiver Westers is. Voordat we willen ophangen, zegt hij: “Volgens mij bel ik nu met het oosten des lands of niet?” Ik schiet in de lach en grinnik, dat dit inderdaad klopt. Hij vertelt me, dat hij vorige week nog in de buurt was voor een conferentie. Het oord is zo’n ruime honderd kilometer bij mij vandaan, maar dat mag de pret niet drukken.
Ook was hij pas nog in het ziekenhuis in Enschede. “Oh, het nieuwe MST?”, vraag ik meteen nieuwsgierig en de man antwoordt bevestigend. Ik vraag hem of hij ook zo’n takkeneind moest lopen. Mijn ouders moesten vorige week namelijk een abnormale wandeling maken vanuit de parkeergarage voor een ziekenhuisafspraak. Mijn vader heeft er nu nog spierpijn van, maar dat terzijde. De vriendelijke mijnheer beaamt, dat ook hij een enorm eind moest lopen, maar door de uitstekende bewegwijzering meteen bij de juiste afdeling terechtkwam. Dat dan weer wel. Terloops vertelt hij, dat hij er zijn ‘pleegdochter’ opzocht die een levensbedreigende spierziekte heeft. Ze verlangde naar de dood en had haar ‘pleegvader’ gevraagd of hij dat kon begrijpen. Dat kon hij, zegt hij tegen mij aan de telefoon. Hij heeft zelf een chronische ziekte, maar daar zou hij niet aan sterven – Parkinson – hoewel hij door deze ziekte bepaalde dingen niet meer kan doen. Dingen, die hij nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend vond te kunnen doen. Zijn werk bijvoorbeeld.

Ik realiseer me, dat deze man absoluut niet zielig is of medelijden bij me oproept. Hij lijkt me juist een sterke persoonlijkheid; het zijn feiten die hij noemt. Het is zoals het is. Punt. Hij genoot van het leven, had een paar jaar terug de Vierdaagse nog gelopen. Dat kon hij nu niet meer, maar hij had het wel gedáán! Hij dacht na over zijn leven, maar ook over de dood. Die hoorde erbij, hij was er ook niet bang voor.
Hij vraagt aan mij hoe ík hierover denk en ik vertel hem, dat de dood een bijzondere plek heeft in mijn leven. Dat ik het léven juist soms moeilijk vind en ook naar de dood kan verlangen; niet omdat ik ziek ben, maar omdat ik op mijn 22e een bijzondere ervaring heb gehad, waardoor ik zeker ben van een leven hierna; een leven, dat zoveel mooier is dan het leven op deze planeet.
Bizar, dat ik mezelf dit hardop tegen een wildvreemde aan de telefoon hoor vertellen! En mijn toehoorder beaamt het; begrijpt waar ik het over heb, maar benadrukt wel dat het leven is om geleefd te worden.

We bedanken elkaar voor het spontane gesprek. Het schiet door mijn hoofd dat de man niet ‘verkeerd verbonden’ is. Wij moesten elkaar even spreken…

 

'Engel buiten Bedrijf'???

Najaar 2015: Engel in Bedrijf is als handelsnaam komen te vervallen. Ik ga verder onder mijn eigen naam: Marleen Bode. Het kostte mij wel enige moeite dit besluit te nemen....

In september 2007 viel bij een workshop over engelen, waarbij ik toevallig (?) aanwezig was, voor mij alles op zijn plaats: de uiteenlopende studies die ik heb gevolgd, de keuzes die ik in mijn leven heb gemaakt en de gevolgen daarvan, de wens om mij persoonlijk te ontwikkelen tot mijn hoog-sensitiviteit. Dit resulteerde in een eigen praktijk naast mijn betaalde baan, waarin ik met mijn kennis en ervaring anderen kon stimuleren en motiveren hun vleugels uit te slaan; particulier of binnen een organisatie. De naam Engel in Bedrijf stond voor de engel in mij die actief werd, het willen helpen van mensen hun vleugels uit te slaan, maar ook het ondersteunen van werknemers om hun functie nog beter te kunnen uitvoeren en zo ‘engelen binnen het bedrijf’ te worden.

De afgelopen acht jaar heb ik mij intensief beziggehouden om de engelen en andere energieën die ik voelde een plek in mijn leven te geven. Ze zijn er altijd geweest, maar ik was me er niet altijd van bewust. Ik herinner me, dat er mensen naast mijn bed stonden toen ik nog heel klein was. Ik weet dat ik toen jonger moet zijn geweest dan 4 jaar. Ik had namelijk nog beestjesgordijnen; toen ik 4 was kreeg ik groene.

Ik kan me verschillende momenten in mijn leven herinneren, dat ik hulp nodig had en ook geholpen ben. Door mensen om me heen – en dan doel ik met name op de vreemden, die op een bijzondere manier mijn pad kruisten –, maar ook puur gevoelsmatig door energie die om mij heen was en die hielp mijn angst los te laten, om kalmte te vinden in boosheid of me troostte bij een gevoel van verdriet. Ik ben me gaan verdiepen in deze energie en hoe ik daarmee kon (samen)werken. Het was een prachtig proces waar ik anderen in wilde laten delen en zo begon ik onder de naam Engel in Bedrijf, die me was ingegeven.

Vorig jaar om deze tijd bevond ik me in een impasse. Hoeveel kan een mens er daar trouwens van hebben in zijn leven? In elk geval levert het genoeg stof op voor een blog. Enfin, eind 2014 hakte ik de knoop door om mijn vaste baan, waarin ik al bijna weg-gereorganiseerd was, op te geven om nog meer te gaan doen waar mijn hart ligt: huwelijken voltrekken, voorgaan bij uitvaarten, acteren om mensen te ondersteunen en ook aan het lachen te maken, etc.

Ik ben de engelen dankbaar voor hun steun en onvoorwaardelijke liefde. Ik ben en blijf een ‘engel in bedrijf’, maar wel eentje met de beide benen op de grond. Ik ben trouwambtenaar, ceremoniespreker en actrice. Ik ben Marleen Bode; aangenaam!